Wanneer de werkelijkheid steeds wordt verdraaid
Misschien valt je op dat iemand in je omgeving steeds vaker twijfelt aan wat er is gebeurd. Een gesprek dat jij als buitenstaander anders hebt meegemaakt, wordt bijvoorbeeld volledig anders verteld. Of iemand zegt eerst iets stelligs en ontkent later dat dit ooit is gezegd. Je kunt dan merken dat degene om wie je je zorgen maakt steeds vaker zegt:
- “Misschien heb ik het verkeerd onthouden.”
- “Misschien heb ik het verkeerd begrepen.”
- “Ik weet het eigenlijk niet meer.”
Een gebeurtenis krijgt steeds een andere betekenis
Bijvoorbeeld: Iemand zegt iets kwetsends. Wanneer daar later iets van wordt gezegd, volgt: “Dat heb ik helemaal niet zo bedoeld.” Daarna: “Je hebt het verkeerd opgevat.” En uiteindelijk: “Jij maakt altijd problemen van niets.” De aandacht verschuift daarmee van wat er oorspronkelijk gebeurde naar de vraag of degene die het heeft ervaren het wel goed heeft gezien.
Herinneringen worden ter discussie gesteld
Een ander signaal kan zijn dat iemand steeds vaker te horen krijgt dat bepaalde gebeurtenissen nooit hebben plaatsgevonden.
- “Dat heb ik nooit gezegd.”
- “Dat is helemaal niet gebeurd.”
- “Dat verzin je zelf.”
Het slachtoffer gaat steeds meer controleren
Sommige mensen proberen vervolgens zekerheid te krijgen. Ze gaan berichten teruglezen, gesprekken reconstrueren of aan anderen vragen wat zij zich herinneren. Niet omdat ze van nature onzeker zijn, maar omdat ze steeds minder vertrouwen op hun eigen herinnering. Als je merkt dat iemand voortdurend bevestiging zoekt over wat er is gebeurd, kan dat een belangrijke verandering zijn.
Niet iedere andere herinnering is gaslighting
Mensen kunnen gebeurtenissen oprecht verschillend herinneren. Ook kunnen twee mensen dezelfde situatie anders hebben ervaren. Daarom is een verschil in herinnering op zichzelf geen bewijs van manipulatie. Bij gaslighting gaat het om een terugkerend patroon waarbij iemand doelbewust of structureel aan zijn of haar waarneming, herinnering of interpretatie gaat twijfelen.
Let op de gevolgen
Voor een omstander kan vooral zichtbaar worden wat dit met iemand doet. Misschien wordt iemand:
- steeds onzekerder;
- voorzichtiger met uitspraken;
- bang om iets verkeerd te herinneren;
- afhankelijker van de mening van een ander;
- voortdurend bezig om zichzelf te controleren;
- minder zeker van eigen beslissingen.
Vraag niet meteen: “Word je gegaslight?”
Dat kan een ingewikkeld begrip zijn en iemand het gevoel geven dat je al een conclusie hebt getrokken. Je kunt beter aansluiten bij wat je daadwerkelijk ziet. Bijvoorbeeld: “Je leek er eerst heel zeker van te zijn. Wanneer ben je daaraan gaan twijfelen?” Of: “Ik herinner me die situatie anders. Wil je vertellen hoe jij het hebt ervaren?” Zo geef je ruimte zonder de interpretatie voor iemand in te vullen.
Help iemand vertrouwen op de eigen waarneming
Als iemand steeds meer aan zichzelf twijfelt, kan het waardevol zijn om rustig te luisteren. Je hoeft niet iedere gebeurtenis te bevestigen of te bepalen wie gelijk heeft. Je kunt bijvoorbeeld zeggen: “Ik weet niet precies hoe het allemaal is gegaan, maar ik merk dat je steeds meer aan jezelf twijfelt.” Dat kan helpen om het gesprek terug te brengen naar wat er met die persoon gebeurt.
Kijk naar het patroon
Een enkele ontkenning of meningsverschil zegt weinig. Maar wanneer je steeds opnieuw ziet dat:
gebeurtenis → ontkenning → twijfel → aanpassen → opnieuw dezelfde situatie
kan ontstaan, verdient dat aandacht. Het gaat dus niet om één gesprek, maar om wat zich over langere tijd ontwikkelt.
Het vertrouwen in jezelf kan worden aangetast
Wanneer iemand lange tijd wordt geconfronteerd met verdraaiingen, ontkenningen of het voortdurend in twijfel trekken van de eigen waarneming, kan het vertrouwen in zichzelf steeds kleiner worden. Dan ontstaat bijvoorbeeld: “Zeg jij maar wat er echt is gebeurd.” Of: “Ik weet het niet meer. Jij zult het wel beter weten.” Dat is een belangrijke verandering om op te letten. Je hoeft als omstander niet vast te stellen wat er precies gebeurt. Maar wanneer iemand steeds minder op de eigen herinnering, waarneming en beoordeling durft te vertrouwen, verdient dat aandacht.
Lees ook
- Twijfel ik aan wat ik zie?
- Eén signaal zegt niet alles
- Zie ik een patroon?
- Steeds minder ruimte voor gevoelens
- Krijgt iemand steeds de schuld?
- Wat kan ik voor iemand betekenen?